In 2006 opnieuw Keizergeneraal in CCG 5 en samenspel

Combinatie van de Pol-Vedder, Nijkerk

Ze hebben het weer gefikst! De man vrouw combinatie Bertus van de Pol (71) en Gerrie van de Pol-Vedder (64) uit Nijkerk zijn weer de beste. Een rits aan liefhebbers kwam in de beslissende fase tekort. Nipt, maar toch! Opnieuw keizergeneraal van de sterke CCG 5 en samenspel. Beiden vallen onder de paraplu van de afdeling 7. Het echtpaar van de Pol –Vedder, woonachtig in de Sparrenlaan speelt al jaren zeer sterk. Op een niveau, waarvan de meeste liefhebbers slechts dromen. De combinatie mag en kan zich meten met de beste hokken van Nederland. Wie de individuele palmares van de duiven er op napluist moet simpel concluderen dat het niveau ver boven het landelijke gemiddelde ligt! Na jaren van investeren, motiveren, regelmaat in de verzorging en geweldige band met de duiven pakken Bertus en Gerrie (opnieuw) goud! Een terechte beloning!


Bertus heeft een vrij simpele doelstelling! Hij betrekt namelijk nooit duiven rechtstreeks van ‘tophokken’, maar altijd via satelliethokken. Simpel gezegd bijhokken, die ze wel degelijk van ‘tophokken’ op het kot hebben! In tegenstelling tot andere keren dat ik in Nijkerk op bezoek was, noemt Bertus nu wel namen en liefhebbers waar hij in de loop der jaren dekselse goede duiven van heeft zitten! Om je vingers bij af te likken! Zo heeft hij in die tijd geweldige duiven gehad en gekocht van Ad Inkenhaag (Renswoude). Helaas gestopt! Bertus kreeg uit de gouden nazaten van de pure Verbart lijn van Adje. Nog steeds loopt de Verbart lijn als een rode draad door de kolonie van de grootmeester uit Nijkerk. De laatste jaren aangevuld met puik materiaal van Henk van de Haar (Nijkerk); Kees van Koppen (Schipluiden) en Joop Groenen (Ooy) via Kees Oostenbrugge (Driebergen). Het zag er in eerste instantie niet al te best uit voor de Nijkerkse combinatie. Bertus van de Pol:’Ja, dat klopt. Tien van mijn betere (vlieg)duiven kon ik niet spelen. Vier duiven verhuisden naar het kweekhok, en twee teletekstdoffers moest ik noodgedwongen op de natoer inzetten. De rest kreeg paratyfus! Maar uiteindelijk kwam alles weer op zijn pootjes terecht’! De selectie is uiterst streng! ‘Ik denk dat je nooit streng genoeg kunt zijn. Want toppers zijn zeer dun gezaaid! Vandaar dat de kans in feite nihil is, om een goede op te ruimen. En veel kweken uit al je duiven en spelen. Op de duur kom je er achter wat goed en slecht is. In het hok moeten de duiven je zien als vriend. Verder regelmaat en je ogen open houden. Overal en altijd. En motivatie! Het zijn soms van die heel kleine dingetjes…Maar nogmaals, je moet het gewoon zien’! Toch zijn Bertus en Gerrie van Pol geen liefhebbers met massa duiven en megahokken, maar wel liefhebbers die investeren in goede duiven! .Altijd op zoek –ook vaak door ruiling- naar steeds betere duiven. Daarnaast is Bertus natuurlijk een heel slimme rakker. Een topmelker! Een fenomeen in de duivensport. In tegenstelling tot de meeste vrouwen, is echtgenote Gerrie zijn steun en toeverlaat!


Fanatiek

 

 Gerrie vindt duivensport mooi en is voor haar doen behoorlijk fanatiek. ‘Het mooie is, dat je de duivensport in en om het huis kan beoefenen. En in ons geval gelukkig nog samen. Bertus en ik praten veel over onze hobby en wisselen zowel positieve, dan wel negatieve ervaringen uit. Samen, maar ieder met eigen verantwoordelijkheid. Kampioen worden is heel mooi. Prachtig zelfs! Echter niet ten koste van alles! Sport, gekoppeld aan sportiviteit staan bij ons nog steeds hoog in het vaandel.Ondanks de diskwalificatie in 1991 en de ‘ontplofte klok’ in 2000 beleven wij nog steeds plezier aan de duivensport’, zegt Gerrie van de Pol. Bertus luistert aandachtig mee.‘Ja, ik laat op een gegeven moment de teugels nog wel eens vieren, maar mijn vrouw niet’, zegt Bertus van de Pol. Op deze wijze is het een ideaal koppel. Maar alleen met fanatisme word je geen kampioen. En zeker geen jaren achtereen! Men beschikt over een geweldig kot duiven. Opgebouwd met zorg en veel geduld! En echt slechte vlucht kennen Bertus en Gerrie niet! Zeker een mindere, maar elke week opnieuw continuïteit! Als Bertus eenmaal op de praatstoel zit, maak dan je borst maar nat! Praat met een ‘echte Niekarker’ niet over het dorp Nijkerk. Dan zwaait er wat! Nijkerk heeft wel terdege stadrechten. Een idyllisch en pittoresk stadje, onder de rook van grote broer Amersfoort. De victorie begon direct na 1945 aan de Jan Plassertsteeg 1 in Nijkerk. In het eerste jaar werd Bertus met vlag en wimpel kampioen jonge duiven. De grote kampioen van Nijkerk in die dagen, Henk Buitink, voorspelde hem als duivenmelker een gouden toekomst. De klompenmaker had een vooruitziende blik. Van de Pol: ’Ja, dat klopt. Van meet af aan zat ik jaarlijks bij de kampioenen. Het ene seizoen wat beter, dan het andere seizoen, maar toch’. Begin jaren ’50 ving Van de Pol een prachtige, veel belovende jonge doffer op van Harry Leijssen (Heeze). De Brabander wilde de duif graag terug. ‘En ik wilde hem graag houden. Ik zag er wat in’, vertelt hij in de gezellige woonkamer. Naar wat heen en weer gepraat kon Bertus de duif kopen voor een geeltje (f 25, -). Een best bedrag in die tijd! De 100% Janssen floreerde uitstekend in Nijkerk met maar liefst vijf absolute (kop)prijzen. De wederzijdse vriendschap bleef tot aan zijn dood. In 1963 stapte hij in het huwelijksbootje met Gerrie Vedder. Een ideaal duivinnetje voor Bertus.


In slaap…

 

Bijzonder was het zeker, daar zijn schoonfamilie niks moest hebben van dieren en beesten rondom het huis. ‘Ze lieten nog geen vlieg leven’, aldus Bertus! Toch zien Bertus en Gerrie met veel plezier terug op die tijd. Niet op Bergerac, toen goud in groot verband werd verspeeld. Bij het letten waren beiden in slaap gevallen….!Door het koeren van offers werd Bertus wakker. Weg goud! In de jaren zeventig werd de huidige woning betrokken. De Sparrenlaan ligt in een vrije rustige wijk, waar ze nog steeds met veel plezier wonen. In de vrije ruime achtertuin is bijna iedere vierkante meter benut. De hokaccommodatie biedt plaats aan vierentwintig weduwnaars en een slordige vijftig jongen. Een los staand kweekhokje huisvest negen kweekkoppels. En daar zit wat! Alle kweekduiven hebben minimaal goud gepakt in verenigingsverband. Een vale zelfs tien (!) keer. De vliegduiven worden altijd rond de jaarwisseling gezet. Ruim tien jaar geleden gooiden Bertus en Gerrie van de Pol-Vedder het roer om. Men wilde naar de grote fond! Voor de lange adem werd zo links en rechts puik materiaal aangeschaft. En met succes, zo leek! In 1998 werd de combinatie in de CCG 5 4e onaangewezen en 1e aangewezen. Maar, in tegenstelling tot Gerrie, kon Bertus het zware werk niet bekoren. ‘Ik kon het niet op brengen een hele dag te moeten wachten op een duif. Nee, niks voor mij. Ik heb geen zitvlees. Ik hou meer van het kortere werk. Vrouwlief niet, die vond het nog wel leuk ook’, zegt hij. In goed overleg werd besloten het zware fondgebeuren vaarwel te zeggen. Sinds die tijd gaan Bertus en Gerrie weer volle bak voor het allround kampioenschap: keizergeneraal in de CCG 5 en een zo hoog mogelijk klassering in de afdeling. En dat loopt weer vlotjes! De laatste jaren zijn ze opnieuw KEIZER van CCG 5 en samenspel. En dat is heus geen kattenpis! In 2006 behaalde de stielman uit Nijkerk weer een rits aan kampioenschappen w.o.de drie duifkampioenen! Drie toppers van Bertus en Gerrie verdienen het volle licht van de schijnwerper! Het zijn duiven met respectievelijk 15, 14 en 12 prijzen, dan wel goud, zilver en brons! De ‘746 Joop Groenen via Kees Oostenbrugge x Kees van Koppen pakte in 2006 maar liefst 15(!) prijzen in CCG en samenspel: Geel 32/2.768; Strombeek 10/2.529; Harchies 80/2.238; Epehy 240/2.318; Sint Quentin 121/1.074; Creil 27/2.033; Mourlincourt 24/299; Chantilly 79/1.076; Creil 9/887; Blois 43/662; Strombeek 197/2.853; Harchies 3/2.200; Epehy 82/1.536 en Sint Quentin 7/1.007. 

 
Prijzen


De ’443 Joop Groenen x eigen soort klapwiekte maar liefst 14 prijzen bij elkaar: Geel 12/2.768; Strombeek 31/2.529; Harchies 76/2.238; Epehy 354/2.318; Sint Quentin 146/1.074; Creil 184/2.033; Mourlincourt 12/992; Chantilly 59/1.076; Creil 85/887; Geel 203/2.593; Strombeek 107/2.853; Harchies 19/2.200; Epehy 90/1.536 en Sint Quentin 30/1.007 en de ‘705 eigen soort x Joop Groenen deed het iets minder, maar nog altijd goed voor 12 prijzen: Geel 23/2.768; Harchies 269/2.238; Epehy 11/2.318; Sint Quentin 36/1.074; Creil 130/2.033; Mourlincourt 11/992; Chantilly 11/1.076; Creil 12/887; Strombeek 13/2.853; Harchies 8/2.200; Epehy 12/1.536 en Sint Quentin 25/1.007. De duifkampioen jong in de CCG 5 is de NL 06-2020389 komt uit een kruising Joop Groenen x 100% Verbart (eigen soort). Deze veelbelovende jonge doffer presteerde geweldig en ging alle vluchten de mand in! De volgende palmares schreef de ‘389 op zijn naam: Meer 29/2.490; Strombeek 153/1.993; Strombeek 3/1.166; Harchies 17/1.213; Sint Quentin 69/1.015; Creil 1/728; Epehy 14/723 en Ablis 48/533. Ook in de CCG 5 pakten Bertus en Gerrie goed uit. Maar liefst 31(!) keer bij de eerste tien in de CCCG 5, waarvan goud op Sint Quentin 1007; Sint Quentin 1.074; Creil 728 en Harchies 1.213; zilver op Geel 2.768; Harchies 2.200; Strombeek 2.529 en Harchies 1.213 en brons op Geel 2.768; Epehy 2.318; Strombeek 2.529; Harchies 2.200 en Strombeek 1.166! Uitslagen om mee thuis te komen toch?   

De accommodatie van Bertus van de Pol ziet er helemaal niet luxe uit. Wel degelijk en droog! De hokken van de kwekers, weduweduivinnen en jonge duiven zijn voorzien van rennen. Van de Pol is beslist geen slaaf van zijn duiven. Vooral op zondag trekt hij niet te hard aan de teugel. De duiven komen dan sporadisch los. ‘Wil dan zoveel mogelijk vrij zijn, of gewoon een weekendje lekker weg’, zegt hij. Wat dat betreft is hij vrij gemakkelijk. Maar als er maar iets aan zijn duiven mankeert, grijpt hij in. Liefst zo snel mogelijk! Voor het vliegseizoen geeft van de Pol een vijf daagse kuur tegen paratyfus plus enting. ‘Onderschat paratyfus niet’, zegt hij met klem. De weduwnaars krijgen elke avond na binnenkomst een snufje tovo en snoepzaad. Bij thuiskomst een dag BS, en om de vier weken 3 dagen BS. Verder elke dag vers grit, kalk, roodsteen en maagkiezel. Volgens Bertus is dat laatste belangrijker dan voer! ‘Ja, ik probeer best het een ander uit. Dat mag iedereen weten. Maar ik zie geen enkel verschil. Daarom doe ik het, zoals ik het al jaren doe. En de resultaten zijn toch niet slecht’, zegt hij met een schalks lachje. Wel is hij voorstander van gekiemd voer. Daar zweert Bertus bij! Het Zoontjes voer wordt gedurende twaalf uur (net) onder water gezet, goed spoelen en uit laten lekken. In glazen pot/bak doen, natte doek er over en plm. zesendertig uur in het licht laten kiemen. De duiven zijn er dol op. 

Prima

 
De net gekoppelde duiven zagen er prima uit. Aan de Sparrenlaan zit een homogeen ploegje duiven. Een kolonie, gebaseerd op de gouden stamduiven ’46 Verbart en het ‘Kanon Smeulders’, dus indirect naar het wonderkoppel van De Klak ‘Vechter’ x ‘Witpenneke’. ‘Heb in het verleden zo links en rechts duiven gehaald bij tophokken, maar die bleken uiteindelijk niet beter dan mijn eigen, oude soort. En als het kan, wil je er graag beter van worden toch? Hij zegt hij: ‘ Kampioen worden gaat nog wel. Maar kampioen blijven is vaak een verdraaid moeilijke bevalling. Je zult offers moeten brengen’! Maar gedecideerd: ‘Niet meer ten koste van alles. Mijn gezinsleven is me uiteraard veel waard. En gelukkig zijn we ons daar goed van bewust’! Veel collega duivenmelkers omschrijven Bertus van de Pol als een ‘slimme rakker’. En dat is waar! Hij kent de fijne kneepjes van het vak als geen ander. Het begint al met de jonge duiven. In het hok hangt een lijst met alle ringnummers van jonge duiven. Jongen die niet “lekker zitten” krijgen een minpuntje. Duiven met drie minpuntjes worden hier niet oud. Tot slot geeft Bertus nog een paar goede tips. Tip 1: geef jonge duiven zo min mogelijk medicijnen. Laat ze lekker aanrommelen. Vlak voor de eerste opleervluchten moeten ze (kern)gezond zijn. Tip 2: zet plm. vier dagen na het spenen van de jonge duiven een bad in het hok. Jongen die NIET in het bad gaan, geef die maar rustig een minpuntje. Zullen nooit je betere duiven worden! Daar aan de Sparrenlaan 72 zijn in de loop der jaren al wat een (kei)vroege duiven gevallen. Zeker als Bertus en Gerrie de duiven goed in vorm hebben. Dan zijn de aankomsten voor de ware liefhebber, een lust voor het oog! Iedereen weet dat er kwaliteit zit. Maar op (bijna) elk hok zit wel een redelijk goede duif. Maar het gaat om aansprekende resultaten, om kettinguitslagen! Die komen op de display door goede duiven, tactiek, techniek en motivatie! Daardoor net een iets snellere aankomst en binnenkomst dan de buurman. Dat is inzicht en feeling van de melker voor nodig! In eerste instantie was ik voornemen het een en ander via de mail te doen. Bertus voelde daar weinig voor. Zijn aangevoerde (tegen) argumenten sneden hout. Ik ging overstag en deed toch een ‘middagje’ Nijkerk. Heb er geen spijt van gehad. In tegendeel zelfs! 

 

Tekst: Wim Pol

Foto’s: Mauk Allesssie en Wim Pol