Geweldige uitslagen zware fond met overgewende duivenJan van
Beuzekom, Zeist ‘Een aanstormend fondtalent’, zo betitelen clubgenoten Jan
van Beuzekom uit Zeist. Een vakman pur sang! Acteerde hij al goed op de andere
disciplines. Nu is het hek helemaal van de dam. Na overname van een kot beste
fondduiven van Menno ter Hoeve presteerde hij bijna ongelofelijk op het zware
labeur. Als de koperen ploert hoog aan de hemel staat en het peloton teistert,
zijn de duiven van Van Beuzekom op zijn best! Hij zette het afgelopen seizoen,
met notabene overgewende duiven, uitslagen neer waar de meeste fondhebbers
slechts van dromen. Jan van Beuzekom zette zijn naam met een klap op de kaart
van fondminnend Nederland. Vlak voor de kerstdagen sprak ik met hem. Uitvoerig
geeft de Zeistenaar zijn visie op de duivensport! Het relaas van een gedreven
fondspeler. Van Beuzekom –in de volksmond beter bekend als Beus- is lid van PV
‘Zeist Vooruit’, spelend binnen het werkgebied van CCG 4 van afdeling 7. En hij
voelt zich er thuis. Zeg maar, als een vis in het water! De laatste twee jaar
speelt Van Beuzekom uitsluitend met doffers. Het klassieke weduwschap dus. In
feite is van Beuzekom geen grote liefhebber. Maar wel een die het zware labeur
in geen enkel opzicht schuwt! Zo zette hij in 2005 twee duiven op Barcelona.
Niet al te vroeg, maar toch goed voor een 917e en 1743e nationaal. Op die
afstand en 100% prijs. Jan van Beuzekom: ‘Ja, op deze manier wilde ik graag
door. Elk jaar wat beter’. Afgelopen winter had de Zeistenaar slechts twaalf
koppeltjes duiven op zijn kot. Hij wilde het gewoon wat rustiger aan doen. Stap
voor stap naar een iets hoger niveau. Enkel wat duiven op het zware fond
gebeuren, als ze in’ goeden doen’ waren. Maar het liep totaal anders. Gelukkig
voor Jan van Beuzekom overigens! Op Sint Vincent 2006 was het ook raak. Vijf
van de vijf. Mijn liefje wat wil een mens nog meer!
Menno ter Hoeve uit Zeist –al jaren een klasbak op de zware fond- stopte
onlangs, en Jan van Beuzekom nam voor een redelijke prijs een aantal, goed uit
geselecteerde duiven van zijn plaatsgenoot over. Zeker geen misselijk
stammetje! In 2006 acteerde Ter Hoeve nog bijzonder goed met een 10e nationaal
op Sint Vincent en Mont de Marsan. ‘Ja, in een ogenblik van tijd zat mijn hok
weer vol. Zo had ik ineens weer een aantal vasthouders en twee
(teletekst)weduwnaars in mijn kweekhok’, zegt Jan van Beuzekom. Verder hielp
Menno ter Hoeve zijn plaatsgenoot met de bouw van een
kweekren. Een schitterende Ton Bollebakker duivin, moeder van de 10e Nationaal
St.Vincent, moest volgens ter Hoeve voor geweldig nageslacht kunnen zorgen. Ter
Hoeve deed in mei 2006 nog mee, maar een weekje later zaten de duiven bij Jan
van Beuzekom. Om ze over te wennen werden de duiven eerst weer gekoppeld.
Vlot
Het overwennen ging vrij vlot. En op Sint Vincent zaten de doffers op een groot
jong. Alle vijf duiven pakten hun prijs op St. Vincent. Binnen een goed uur alle duiven thuis. Een mirakel gewoon! De eerste
vloog de 200e nationaal en de laatste nog een 673e nationaal. In de CCG 4 was
de laatste duif van Van Beuzekom goed voor de 21e prijs, tegen 199 duiven. Veel
liefhebbers tonden toen nog te wachten op de eerste duif…..Jan van Beuzekom:
“Ja, zoveel geluk heb je maar zelden in je leven. Ik ben Menno nog elke dag
dankbaar. Hij is er ook zeer tevreden mee, dat ik er goed mee speel’! Ik kreeg
een knap stel duiven van bijzondere klasse op mijn hok. Het was half mei 2006
en nog geen drie maanden later was ik eerste onaangewezen kampioen overnacht
van Afdeling 7 Midden Nederland! Het kan verkeren zei Brederode ooit’! Hij
beschikt over een DUMO hok met drie afdelingen. Twee afdelingen, met elk twaalf
koppels en verder een afdeling voor jonge duiven. Er is plaats voor veertig
jongen! In het gangetje is plaats voor vier en twintig weduweduivinnen. Die
zijn opgesloten. Trainen de weduwnaars, mogen de duivinnen even los op het hok
om te eten en te drinken. Het hok staat op het oosten, maar helaas staat daar
ook de woning met twee verdiepingen voor! De zon komt daardoor 's zomers pas om
een uur of tien op het hok. Vlak achter het hok staan grote beukenbomen. Echt
ideaal is het niet! Toen medewerkers van DUMO het hok kwamen plaatsten schudden
ze meewarig hun hoofd. Dat kan hier nooit wat worden, zo was hun conclusie!
Eerder had Jan van Beuzekom veel last van ornithose. Vooral bij vochtig weer.
Nu hij erkers voor de uitvliegramen heeft, is dat een stuk minder. De platen op
de erkers geven snel warmte en door de uitbouw is er meer lucht in het hok. Hij
woont er overigens prachtig. Aan de rand van Zeist met uitzicht op veel groen
en boerderijen. Binnenkort gaat het pensioenfonds PGGM ongeveer veertig (40!)
meter achter het hok een kantoorgebouw bouwen van zeven verdiepingen hoog… Daar
is hij niet echt blij mee! Tijdens de wintermaanden kan Jan maximaal zes en
dertig koppels aanhouden. Vorig jaar acteerde hij met slechts negen doffers.
Afgelopen seizoen met zestien, waarvan hij er op Perigueux vijf verspeelde. Een
fikse aderlating! Daarna zaten er nog een handvol op een afdeling. In
feite heeft Van Beuzekom met slechts NEGEN duiven het kampioenschap van de
Afdeling 7 behaald. Erg knap! Komend seizoen zullen meer jaarlingen de baan op
moeten. Een dergelijke ‘stunt’ zit er volgens Jan van Beuzekom voorlopig niet
in! Maar ja, je weet het maar nooit. Als de vorm er is, zijn duiven tot veel in
staat! Er wordt elektronisch geklokt. ‘De NPO had bij de
invoering beloofd dat er een universele inkorfantenne zou komen waar alle
systemen op aangesloten konden worden. Daar is bitter weinig van terecht
gekomen. De hoeveelheid aan papierwerk is ook enorm toegenomen. Alles moet
geprint en vele malen gekopieerd worden.
Efficiënter
Het zou veel efficiënter moeten kunnen in het digitale tijdperk. Maar dat zal
nog wel een paar jaartjes duren vrees ik. Op deze manier wordt de duivensport
er niet aantrekkelijker en eenvoudiger op. Wel is het prettig, dat er binnen
een uur de uitslag op tafel ligt’!’. Hij is geen echte poetser. ‘Maar ach, met
een klein aantal duiven stelt het weinig voor. Aan de mest kan je veel aflezen
over de gezondheid en conditie’. Jan van Beuzekom heeft natuurlijk een geweldig
seizoen achter de rug. De start was is in eerste instantie met aangeschafte
duiven (Aarden x Van de Wegen) via W.ter Hoeve–de
jongere broer van Menno ter Hoeve. Eerstgenoemde pakte goud op internationaal
Tarbes in sector Noord. Menno ter Hoeve won in 1999 de 41e nationaal Barcelona
en goud in de fondclub Gooi en Eemland. Verder wordt vaak een duifje geruild
met sportvriend Koos Steenbeek uit de Bilt. Van Beuzekom:
’Ja, we gunnen elkaar het beste. Maar tot nu hebben we met elkaar zijn
duiven nog maar weinig successen geboekt! Dit jaar was wel een zoon van De Leo
de eerste op Brivé. Verder heeft Jan van Beuzekom –ook weer via Menno ter Hoeve
- geput uit de geweldige fondstam van de helaas te vroeg overleden sportvriend
Ton Bollebakker uit Laren. Ondermeer werden twee kinderen uit de Prinses
aangeschaft. Ook ging Menno op bezoek bij Fred Koning (Zeist) om daar het beste
van het beste weg te halen, ondermeer een directe zoon
uit de 10e nationaal Dax van de ZLU. Deze drie lijnen werd samengesmeed tot een
geweldige fondstam, waarvan Jan van Beuzekom nu volop profijt heeft. Je moet
maar geluk hebben. Zijn lievelingsdoffer is de NL 01-1590452, de Grateful
Black. Vrij vertaald naar de favoriete popgroep The Grateful Death van Jan.
Zijn naam betekent 'dankbare zwarte'. Zijn vroegste prijs was in 2003 de 131e
Nationaal Bergerac tegen 16.275 duiven en in 2005, de 917e nationaal Barcelona.
Dit jaar kwam hij maandagochtend gewond thuis van Barcelona. Hij is een vrij
tamme doffer die dol is op pinda's. Maar de Zeistenaar is het meest gecharmeerd
van zijn onverwoestbare wilskracht. ‘Ik weet zeker dat hij er alles aan doet om
thuis te komen. Hij is misschien geen echte topduif, maar wel een geweldige
fijne duif op het hok. En dat is ook mooi meegnomen toch’, zegt Jan van
Beuzekom.
Zijn drie beste duiven dit jaar zijn ondermeer de NL 04-1797207;
NL 04 1797152 en de NL 03-2163312. In de ’207 komen de bloedllijnen terug van
de Prinses (Ton Bollebakker); Barcelona (Menno ter Hoeve) en de Teledax (Fred
Koning). Op Mont de Marsan kwam hij nationaal als vijfde over de meet.
En…met storm op de kop. Snelheid 848 per minuut. Volgens de theorie van
Piet de Weerd een ‘voetganger’, maar wel de eerste telekstvermelding voor Beus.
Overigens zijn nestbroer, de ‘206 kan er ook wat van. Hij finishte op dezelfde
vlucht als 89e nationaal. En op Bergerac stond de ‘207 er weer met een 712e
nationaal. De ‘152 ging drie keer mee en scoorde ook drie prijzen. Hij begon
met een 364e nationaal Sint Vincent; 645e nationaal Mont de Marsan en last but
not least de 91e nationaal Bergerac van maar liefst 15.507 duiven. In deze
stamboom ook weer duiven Bollebakker, Ten Hoeve, Oostenrijk en Bruggeman.
‘De Gek’
Tot slot de ‘312. Ook een aantal kopprijzen waaronder de 27e nationaal
Mont de Marsan 2005; 200e nationaal Sint Vincent en 177e nationaal Bergerac
2006. Knappe prijzen van ‘De Gek’! Een raspaardje, een alerte duif en altijd
het beste pak aan! Hij krijgt altijd dezelfde duivin. Dit gebeurt op advies van
zijn vorige baas! Jan van Beuzekom: ‘Ja, anders is het geheid met hem
afgelopen. Vliegt hij geen streep meer’! Ook heeft Jan
van Beuzekom een klasbak van Gert van Wijnbergen. Die versterkte zijn hok met
duiven van Neerbos (Tiel). Een kruisingsproduct zware fond x dagfond. Een
juweel van een doffer. Hij pakte in de club zilver op Harchies, 28e Perigueux
afdeling 7 en 10e Limoges FC Gooi en Eemland. Verder presteerde de Neerbos op
Brivé en Le Mans. Met kweken heeft hij geen vast systeem. Elk jaar verandert
hij wel het een en ander. ‘Ik ben een zeer intuïtief mens. Elke dag kan ik
bijvoorbeeld het roer omgooien. Voor mijn omgeving is dat nogal eens lastig, maar
een regelmatig systeem kan ik eenvoudigweg niet handhaven. Als ik mij voorneem
om elke dag om zeven uur de duiven los te laten kan ik dat maar twee dagen
volhouden. De derde dag verzin ik alweer iets anders. Zeer vermoeiend voor mijn
omgeving, en ook voor de duiven zou je zeggen, maar toch wennen ze daaraan. Op
zijn vroegst begin ik in februari met kweken. Uit de vliegers waar ik wel wat
in zie en uit de kwekers natuurlijk. Nu heb ik voor het eerst in mijn kweekhok
ook een aantal voedsterkoppels zodat ik van mijn 'beste duiven’' wat kan
overleggen’, zegt Van Beuzekom. Er zijn maar weinig relatief vaste
kweekkoppels, dus hij houdt wel van omkoppelen. Menno ter Hoeve heeft in het
verleden een koppel erg lang op elkaar laten staan, omdat dat koppel toch erg veel
goede duiven gaf. Bijvoorbeeld zoon TeleDax (Fr. J. Koning) x dochter Prinses
(Ton Bollebakker) geeft geweldige jongen. Toch denkt Jan volgend jaar weer eens
wat anders te proberen. Over voeren heeft de dekselse Jan van Beuzekom goed
nagedacht. ‘Ik denk dat veel liefhebbers daar nog tekort komen. Met jonge
duiven heb ik in 1998 en 1999 goed gespeeld en ook een geweldige uitslag
gemaakt op Orleans in 1999. Iets van 35 prijzen van de 40 gezette jongen, meen
ik. Collega melkers houd ik dat voorbeeld altijd nog voor; wat die jongen
gegeten hebben de laatste twee drie dagen is ongelooflijk. Dan weer wat maïs,
dan weer wat snoepzaad, dan een paar pinda's dan weer wat vliegvoer, en telkens
na een uur was de voerbak weer bijna leeg! Dus ik voer zeer ruim, zeker de
laatste dagen, naast de vliegmengeling nog volle rijst, snoepzaad, pinda's en
extra maïs.
Om de duiven tussen de vluchten niet te zwaar te laten worden, meng ik Beyers,
Zoontjes, Gerrie Plus en Mariman Superdieet door elkaar. Daarna geef ik een
mengeling van de beste weduwschapmengelingen van Beyers en Versele Laga. Als je
maar 15 vliegduiven hoeft te verzorgen kan je het beste geven zonder dat de
sport er te duur door wordt’, verteld hij.
Lappen
Voor de inkorving wordt altijd wel een keertje gereden met de duiven. Jan
Theelen vertelde jaren geleden al, dat hij graag 's avonds voor de vlucht nog
wel eens af ging richten. ‘Dat doe ik ook een of twee dagen voor de inkorving.
Op Bergerac echter bleek ik de ‘152 te zijn vergeten. Toen ik thuis kwam van
het lappen zat hij nog in het hok. Zo verstrooid kan ik soms zijn. En wie draai
ik als eerste van Bergerac? Juist ja, de ‘152!’. Wie het weet mag het zeggen.
Jonge duiven brengt hij regelmatig naar Hank. Ongeveer 50 km van Zeist.
Eigenlijk gewoon om routine op te doen. Verder geef ik de fondduiven de meeste
zaterdagen mee naar Harchies. Van Beuzekom speelt ook rustig met een paar
nestkoppels tussen de weduwnaars. Dit jaar had ik de weduwnaars met een groot
jong. ‘In het begin speel ik ze los op het hok met een gezamenlijke voerbak.
Later sluit ik ze op in hun bak en krijgt elke doffer apart eten en drinken.
Ook heeft hij nog een speciaal jaloeziespelletje met de weduwnaars. Ik leg
'loopplanken' aan voor de nesthokken, daardoor kunnen ze heel gemakkelijk bij
elkaar binnenwippen. Dit 'buurten' jaagt de onderlinge rivaliteit flink op. Dan
sluit ik ze na een kwartiertje 'stoeien' wel weer op anders loopt het
natuurlijk helemaal uit de hand. Door deze variaties kun je weduwnaars het hele
seizoen aan de praat houden’, zo zegt Van Beuzekom..De
duiven krijgen een geelkuur via dierenarts v.d.Sluis
en ornimix van drs. H.de Weerd. Maar zegt Jan: “Niet
te vaak. Je moet er feeling voor hebben. Een geelkuur kost geheid conditie. Dus
nooit vlak voor het inkorven. Ornithose moet je eigenlijk niet op je hok
hebben. Als je daar tegen moet kuren, ben je eigenlijk al te laat’ Vlak voor de
vluchten is het beste .Naast de gebruikelijke paramyxo-enting krijgen de duiven
in de herfst een parthyphuskuur. Afgelopen seizoen heb ik voor het eerst daar
ook tegen ingeënt. Overtuigd door de artikelen van drs. Nanne Wolff (Wezep).
Over natuurproducten heeft Van Beuzekom ook een duidelijke visie. ‘Mijn eigen
gemaakte thee op basis van brandnetels, anijs en tijm is prima voor duiven.
Daarnaast is volle rijst ook erg goed. Verder meng ik door snoepzaad wat grit
en een heel klein beetje ‘Insect patee’ van Orlux. Ze eten het graag. Ik denk
daarmee het voer geheel compleet te maken. Voor al deze reclame krijg ik geen
cent. Ik vertel dit alleen omdat ik er bewezen
resultaten mee heb geboekt. Het jonge duivenspel is bij Jan van Beuzekom maar
bijzaak. Dus niks bijlichten en verduisteren. Ik speel
ze nu een beetje in en breng ze regelmatig weg naar Hank. In de toekomst wil
hij er wel wat meer werk van gaan maken. ‘Echt, een klasseduif kan ook rustig
als tweejarige de mand in. En als drie jarige drie prijzen pakken! Bij
het inspelen toont hij weinig, of in het geheel niet. Op de overnachtvluchten
wel. De eerste keer niet al te lang, later geef ik de duivin soms de hele
middag, met tabakstelen en alles erop en eraan. Het hele circus draait om
conditie, motivatie en de klasse van de duif. Trucjes werken vaak niet, maar
gebruik maken van een bepaalde situatie (ook een soort truc) helpt, volgens hem
wel.
‘Praatjes’
De NL 04-1797207 Full Monty is geen grote sterke doffer, wel zeer soepele
spieren, lekker 'in de hand'. Hij zat tussen twee rode doffers die allebei
nogal wat 'praatjes' hebben. Allebei zijn buurmannen wilden zijn nesthok maar
al te graag in bezit nemen. Full Monty had in het begin problemen om zijn hok
te verdedigen. Daar heb ik hem wat bij geholpen en zie het resultaat! Een
doffer die (denkt dat ie) de baas kan worden komt
graag snel terug naar zijn territorium. Het begon eigenlijk allemaal in 1964
met een uitgehongerd duifje. Jan van Beuzekom (toen zes jaar): ’Ik noemde haar
Roekie en ze was heel tam. In 1966 verhuisde de familie Van Beuzekom naar
Schiedam. Roekie ging natuurlijk mee Van het hoofd van de lagere school kreeg
Jan een doffer voor Roekie. Het eerste koppeltje postduiven was een feit. Een
van de jongen uit dit koppel kreeg de naam ‘De Witte’. Het jong werd overal
voor gebruikt, Jan liet hem overal los waar hij heenging. Zelfs als Jan op pad
ging met de zeeverkenners, wist moeder Van Beuzekom als eerste, door een
briefje aan zijn poot, dat zoonlief goed was aangekomen! Intussen was hij
besmet met het duivenvirus. Toen Jan op eigen benen ging staan, kwamen er al
gauw duiven. Eerst hoogvliegers en tuimelaars. Eind jaren zeventig kreeg Jan
echte postduiven op zijn kot. Van Ries de Gier, de oud-voorzitter van PV De
Union, kreeg hij een jong uit zijn beste doffer (soort Henk van Boxtel) en een
Wigmans duivin. In het eerste jaar was het meteen bingo. Jan van Beuzekom werd
aangewezen kampioen jonge duiven. ‘Ik had meteen de smaak te pakken. Hij
speelde uitstekend met jonge duiven, pakte goed op midfond en eendaagse. Kortom
een echte allrounder. Al moest ik nog heel veel leren’, zo zegt hij zoveel
jaren later. De snelheidsduiven verkocht hij in 2005. Nu gaat zijn voorkeur uit
naar het zware labeur. Al vindt hij de eendaagse ook een ongelofelijk mooie
discipline! ‘Maar een mens kan niet alles, dus richt ik mij uitsluitend op de zware fond’! Toen Van Beuzekom dit jaar op de (lood)zware Mont de Marsan twee duiven bij de eerste
honderd nationaal constateerde, werd een droom realiteit! Dus ook Barcelona
moet mogelijk zijn met deze duiven. Na eerste kampioen in de Afdeling, derde
Internationaal Fondspel Midden en eerste CCG 4 lijkt ‘kop op Barcelona’ nog wel
een doel om naar te streven! Over Limoges zegt Van Beuzekom:’ In september nog
een overnachting spelen, vind ik niks. Ik hoop dat Limoges volgend seizoen niet
meer op het programma van de fondclub staat. Naar ik begrepen heb, delen veel
topliefhebbers mijn opvatting’. Voor Limoges 2006 stond ik na vijf vluchten er
redelijk goed voor in de fondclub Gooi en Eemland. Na Limoges bleek dat een
vlucht afviel en ik had er eigenlijk niks mee bereikt! Ik bleef derde
onaangewezen, alleen aangewezen had ik wat meer punten bij elkaar
gesprokkeld.
Visie
Tot slot vraag ik Van Beuzekom zijn visie op de duivensport anno 2007.‘Het
eerste dat ik belangrijk vind is het spel en de kampioenschappen. Dat moet
eenvormig worden!! Nu spelen wij in onze
vereniging ‘Zeist Vooruit’ het NPO systeem. Wij werken samen met De Koerier.
Die speelt nog ‘ouderwets’, de eerst geklokte. Dan in de CCG 4 eerst geklokte,
dan in de afdeling het NPO systeem. Dat is natuurlijk absurd! Veel liefhebbers
begrijpen er geen snars van. Ik probeer het mensen op mijn manier duidelijk te
maken. Stel: bij Feijenoord doen ze niet aan buitenspel, bij Ajax wel, bij PSV
is het doel een meter kleiner en bij Utrecht het veld 20 meter langer.Groningen
stelt twaalf spelers op en AZ vindt acht wel genoeg! Dan ligt toch iedereen in
een deuk! Maar het is wel de realiteit in de duivensport! We moeten naar een
nationaal systeem zoals Ad Schaerlaekens al honderd keer heeft bepleit.
Prestaties moeten vergelijkbaar zijn!
Dit jaar heb ik geen formulieren ontvangen van mijn duiven voor ‘Wie heeft ze
Beter’. Ik weet niet of dat klopt? Je moet het zelf insturen! In deze tijd van
digitalisering ronduit belachelijk! Alle uitslagen zijn digitaal en met een
druk op de knop kan je elk gewenst overzicht tevoorschijn toveren! In het
overzicht van de nationale kampioenschappen overnacht had ik twee duiven bij de
eerste 200 duifkampioenen. Daar bleek ik ook 44e hokkampioen van Nederland te
zijn! Waarom wordt die lijst niet aan alle liefhebbers gezonden? Moeten
liefhebbers eerst gaan studeren op de regels en berekeningen? Bij de ZLU zijn
zoveel kampioenschappen, dat men door de bomen het bos niet meer ziet. Niet te
geloven! Mijn verzoek is, publiceer bij elk lijstje gelijk de regels en de
berekening. Dan weet iedereen waar het over gaat! Zelf hanteer ik een heel
eenvoudige regel. Gezonde duiven moeten makkelijk 1:10
kunnen vliegen; 1:100 als ze in vorm zijn. Doe je dat goed, en heb je echte
toppers op je hok, dan krijg je soms een lik slagroom slagroom op de taart. Het
lijkt mij een simpele meetlat die iedereen kan gebruiken! Jan van Beuzekom:
‘Liefde voor de duivensport lijkt mij erg belangrijk. Je moet een duif in je
hart hebben. Ik kan heel blij zijn met een 900ste Barcelona. Anderen lachen je
dan uit. Voor hen telt alleen goud! Als we alleen Cruijff, van Basten, Rijkaard
en Gullit interessant vinden is het gauw gedaan met Koning voetbal! En zo is
het met elke sport. Wie wordt er niet laaiend enthousiast als Piet de Weerd
schrijft over het koeboerke uit Nokere, of de slimme streken van Staf
Dusardijn? En natuurlijk zijn er tegenwoordig de Bosua's, de Koopmannen en de
Verkerken. Prachtig allemaal, maar zij korven geen tienduizenden duiven in. We
moeten echt allemaal proberen de duivensport als 'volkssport' te behouden. De
tv moeten we daarbij zoveel mogelijk in schakelen. Een nationaal
Orleans jonge duiven moet op de buis, evenals nationaal Blois en de klassiekers
Sint Vincent en Barcelona! Dan blijf de sport, naar wij allen hopen, in
leven’!
Prijzen
Ter afsluiting een aantal prijzen en kampioenschappen die Jan van Beuzekom
behaalde. Leest u rustig dit staatje even door. Wie dergelijke uitslagen
etaleert is een kanjer! Op Brivé vier van de vijf; eerste 74e afdeling tegen
5.609 duiven; Sint Vincent vijf van de vijf (100%), eerste duif 200e nationaal
tegen 6.419 duiven; Perigueux drie van de acht; eerste duif 28e afdeling tegen
4345 duiven; Mont de Marsan vijf van de zes; eerste duif 5e nationaal tegen 4.
338 duiven; Bergerac acht van de tien, eerste duif 91e nationaal tegen 17. 507
duiven. Van Beuzekom korfde 16 verschillende duiven in. Zette op 5 vluchten 34
duiven in en pakte maar liefst 25 prijzen. Een prijspercentage van 74%!
Nationaal een nog betere score: 21 duiven gezet over 3 vluchten en 18 prijzen.
Een prijspercentage van
Maar liefst 86%! De volgende kampioenschappen
werden behaald vereniging; 1e onaangewezen, 1e aangewezen, 1e totaal; CCG 4; 1e
onaangewezen, 3e aangewezen, 1e totaal; samenspel; 1e onaangewezen, 2e
aangewezen; afdeling 7: 1e onaangewezen, 5e aangewezen, internationaal
fondspel: 3e onaangewezen, 10e aangewezen, 7e totaal; fondclub gooi en eemland
3e onaangewezen, 4e aangewezen en 4e totaal! De duifkampioenen van
Jan van Beuzekom waren ondermeer de Full Monty ‘207 ccg 4 7e, samenspel
6e, fondclub 22e en Internationaal fondspel 37e; De Bergerac‘152
ccg 4 4e, samenspel 7e, fondunie 18e, internationaal fondspel 44e;
De Gek ‘312 ccg 4 6e, samenspel 10e, fondunie 25e; Neerbosdoffer ‘770 ccg 4 10e
en fondclub 9e.
Tekst: Wim Pol